|
|
|
|
| |
 |
|  |
Geschiedenis van het temperament
In de tweede eeuw onderscheidde de Griekse arts Galenus deze 4 typen en
noemde ze de temperamenten. Hij onderscheidde het sanguinische-, het
flegmatische-, het cholerische- en het melancholische temperament. Daarbij greep
hij terug op de 4 elementen van Hippokrates die uitging van de bouwelementen van
het lichaam; aarde, lucht, vuur en water. Alle temperamenten vertonen
verschillen in het waarnemen van prikkels, de emotionele verwerking daarvan en
de reacties daarop. |
|
 |
In de 20e eeuw vormt de
klassieke publicatie over de typologie van mensen door Carl Jung een model van
de menselijke persoonlijkheid. Jung spreekt over een aangeboren temperament bij
kinderen dat gedurende de opvoeding gestimuleerd dient te worden. Pas wanneer
kinderen (mensen) zich goed voelen in de kenmerkende eigenschappen van hun type,
kunnen in een latere fase de verdrongen eigenschappen tot ontwikkeling komen.
Het onderzoek van Stella Chess en Alexander Thomas in de
jaren '50 was van groot belang. Zij deden specifiek onderzoek naar de
ontwikkeling van temperament bij kinderen. Het is van grote invloed geweest op
de manier waarop wij tegen veranderingen van het gedrag van kinderen kijken als
ze opgroeien. Zij onderzochten speciaal of gedrag van binnenuit bepaald wordt of
juist door invloeden van buitenaf. |
|
 |
 |
|
|
|
| |
|
|
|
| |